Rijk legt opgave versnelling warmtetransitie bij gemeenten en particulieren

Erwin Noordover en Rieneke Jager van NewGround Law bespreken de brief van 13 september jl. waarmee Minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) gemeenten en woningeigenaren informeert over de hoofdlijnen van het programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. De verschillende subsidie- en financieringsmiddelen zullen dienen als ondersteuning voor de verduurzaming. 

Deze blog werd gepubliceerd op Vastgoedjournaal |  Leestijd: 5 minuten

De Omgevingswet vervangt alle bestaande wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving (o.a. ruimtelijke ordening, milieu en natuurbescherming). Onder het motto “eenvoudig beter” zullen 40 wetten en 120 AMvB’s worden gebundeld in één wet en vier AMvB’s. Dat zou het omgevingsrecht inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker in het gebruik maken en zorgen voor een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, meer flexibiliteit en afwegingsruimte voor lokale overheden en snellere besluitvorming. Na enkele keren uitstel wordt thans gekoerst op inwerkingtreding per 1 januari 2023. Om u goed voor te bereiden op de inwerkingtreding, belichten de experts van NEWGROUND LAW op deze plek wekelijks een aspect ten aanzien van de Omgevingswet.

Versnelling is noodzakelijk

Dat de opgave van het verduurzamen van de gebouwde omgeving complex is, is al lang en breed bekend. Om alle 7,5 miljoen woningen en 1 miljoen andere bestaande gebouwen op tijd van het aardgas af te hebben is actie nodig. Het Rijk ziet zichzelf in dat kader aan zet om de juiste financiële, juridische en organisatorische randvoorwaarden te creëren. De Minister geeft aan dat, door intensief samen te werken, voor 2030 en 2050 de gestelde ambities kunnen worden gerealiseerd. Met die samenwerking doelt de Minister op medeoverheden, energiebedrijven, woningcorporaties, bouwbedrijven, de financiële sector, maatschappelijke organisaties en vooral ook op de bewoners van de wijken zelf.

Middelen voor de gemeente en woningeigenaren

In de brief staat een aantal middelen voor die benodigde versnelling die het Rijk aan de verschillende partijen ter beschikking stelt. Die middelen worden hieronder kort beschreven.

> Het wetsvoorstel Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Hierin zullen de bevoegdheden van de gemeenten – om te kunnen besluiten wanneer en hoe een gebied van het aardgas af gaat en welk alternatief wordt gekozen – worden opgenomen. In ons eerdere blog is hier uitgebreid op ingegaan.

> Daarnaast heeft het kabinet vanaf 2023 oplopend naar 2030 structureel 800 miljoen euro uitgetrokken voor de uitvoeringskosten van het klimaatbeleid bij medeoverheden. Dit geld wordt in de vorm van een Brede Doeluitkering verstrekt.

> Ook start op 1 januari 2023 het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Het NPLW ondersteunt gemeenten door onder andere kennisproducten en handreikingen te ontwikkelen en kennis en ervaring uit te wisselen in leerkringen en netwerkbijeenkomsten.

> Voor woningeigenaren wordt verbeterjehuis.nl uitgebreid. Daarmee is het de bedoeling dat woningeigenaren van oriëntatie tot het inschakelen van een uitvoerder en financier eenvoudig online kan afleggen.

Verder wordt er in de brief aandacht besteed aan de hoge energieprijzen. Volgens de Minister kan, naast het nemen van isolatiemaatregelen, een wijkgerichte aanpak voordelen opleveren ten aanzien van de kosteneffectiviteit voor de individuele eindgebruiker door opschaling. Hiervoor moeten wel zo veel mogelijk huishoudens en gebouweigenaren meedoen. Daarvoor zijn er verschillende subsidie- en financieringsinstrumenten ontwikkeld. Zo kunnen gebouweigenaren bij het isoleren en het aanschaffen van een (hybride) warmtepomp gebruik maken van de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE). Daarnaast kan de gemeente haar bewoners extra ondersteunen via de lokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). De lokale aanpak van het NIP is gericht op de woningen die slecht geïsoleerd zijn (label E, F en G) en het doel is om kostenreducties en opschaling te bewerkstelligen. Ook kunnen woningeigenaren, die verduurzamingsmaatregelen niet zelf kunnen financieren, gebruik maken van het Nationaal Warmtefonds, waarbij de mogelijkheden van het gebruik van het fonds steeds verder worden uitgebreid. Onder meer wordt de financierbaarheid van verduurzamingsmaatregelen voor eigenaar-bewoners en VvE’s de komende maanden verbeterd. Ten slotte roept de Minister op om in ieder geval in te zetten op laagdrempelige energiebesparende maatregelen die voor de aankomende winter nog uitgevoerd kunnen worden, omdat deze op korte termijn bijdragen aan het verlagen van de energierekening.

Ook verhuurders van panden moeten aan de slag

In de brief wordt aangegeven dat verhuurders één miljoen woningen gaan isoleren naar de standaard voor woningisolatie. Dit geldt voor corporaties en private verhuurders. Op de langere termijn moet dit zorgen voor lagere woonlasten voor huurders, aldus de Minister. Ook moet dit ervoor gaan zorgen dat die woningen in de toekomst makkelijker worden aangesloten op een duurzame warmtevoorziening. Daartoe neemt het Rijk een aantal maatregelen. Onder meer worden er volgens de Minister, per 1 januari 2030, wettelijke eisen gesteld aan de verhuur van huurwoningen. Dit wordt gedaan om wettelijk te waarborgen dat de slecht geïsoleerde huurwoningen daadwerkelijk verbeterd zullen worden en zolang dat niet gebeurt er ook consequenties zijn. Daarnaast krijgen private verhuurders ondersteuning om 325.000 huurwoningen tot (minimaal) de isolatiestandaard te renoveren. Voor kleine particuliere verhuurders met gereguleerde huurwoningen is per 1 april de SVOH (Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud voor Huurwoningen) opgesteld ter extra ondersteuning.

Verantwoordelijkheid verduurzamingsopgave blijft bij gemeenten en particulieren

Al met al ziet het Rijk het dus als haar verantwoordelijkheid om financiële, juridische en organisatorische randvoorwaarden opstellen, maar zij laat de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke verwezenlijking bij de gemeenten en particulieren. Daarbij vragen wij ons af in hoeverre het Rijk met haar ambities heeft nagedacht aan de ondersteuning van gemeenten en bouwbedrijven bij het oplossen van het capaciteits- en materialengebrek die naar verwachting de nodige vertraging gaat opleveren.

Menu