‘Regulering van milieueffecten van windturbines, nu en onder de Omgevingswet’ door Erwin Noordover en Rieneke Jager in Milieu & Recht

Erwin Noordover en Rieneke Jager schreven het artikel Regulering van milieueffecten van windturbines, nu en onder de Omgevingswet. Het werd gepubliceerd in Milieu & Recht.

De afgelopen jaren is het aantal windparken op land hard gegroeid. En zoals bij elke ruimtelijke ontwikkeling die controversieel is, heeft dit ook tot veel rechtspraak over de publiekrechtelijke besluitvorming daarvoor geleid. Het artikel gaat in op de rechtspraak over de meest relevante milieueffecten van windparken, zijnde geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Verder bespreken de auteurs de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de regulering van deze milieueffecten van windturbines.

Hert artikel verscheen in Milieu & Recht, afl. 10, ‘Windturbineparken’, 24 december 2021, p. 850-861, Wolters Kluwer | download

Samenvatting van de conclusie

De auteurs concluderen onder andere dat de met de realisatie van windparken gepaard gaande milieubelasting een punt van aandacht blijft, waarbij vooral de geluidsproductie voor de omgeving tot zorgen leidt. Daarbij speelt niet alleen de vraag naar de mogelijkheid de normen na te leven, maar ook breder te kijken naar de ruimtelijke gevolgen van de geluidsbelasting. Voor slagschaduw geldt hetzelfde, doordat bijvoorbeeld ook moet worden gekeken naar objecten die niet als beschermd zijn aangewezen onder het Activiteitenbesluit en de -regeling, maar in het ruimtelijk kader mogelijk wel bescherming nodig hebben. Als wordt gekeken naar de beschikbare rechtspraak over de milieueffecten, dan stellen de auteurs vast dat een besluit zelden wordt vernietigd voor de wijze waarop rekening is gehouden met de milieueffecten.

De tussenuitspraak van de Afdeling over het Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding, waarmee de windturbinebepalingen buiten toepassing moeten worden gelaten, heeft de besluitvorming voor windprojecten het er niet makkelijker op gemaakt. Waar voorheen uitgegaan kon worden van algemene, nationale normen, moeten nu op projectniveau de normen worden onderzocht, gekozen en gemotiveerd. De uitkomst hiervan hoeft niet wezenlijk te verschillen van de oorspronkelijke normen in het Activiteitenbesluit en de -regeling, maar het werkt wel vertragend. De rechtspraak die tot stand is gekomen onder de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de -regeling zal waarschijnlijk grotendeels nog bruikbaar blijven bij het opstellen van projectspecifieke normen. De eerste indruk is in ieder geval dat bij de keuze voor projectspecifieke normen er geen wezenlijke verschillen ontstaan met de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de -regeling.

Onder de Omgevingswet gaan er wel wat relevante veranderingen komen. Voor zowel slagschaduw als externe veiligheid komt er meer ruimte om windparken in te passen, doordat niet meer een geheel object zonder meer beschermd is. Voor geluid komt er meer ruimte om een hogere waarde op te leggen. In welke mate van die ruimte gebruik gemaakt gaat worden, is natuurlijk afwachten. Het zal politiek-bestuurlijk gevoelig kunnen liggen om een hogere waarde voor een windpark toe te staan. Verder zal de invoering van de milieubelastende activiteit (“MBA”) als vervanging van de inrichting ook voor windparken gevolgen hebben, vooral wat betreft de vraag wanneer straks meerdere windturbines gezamenlijk één windpark gaan vormen. Niettemin blijft de systematiek grotendeels hetzelfde: de normen, die als basis kunnen worden gebruikt voor een aanvaardbaar project, zijn gelijk aan de normen die we nu ook kennen.


Voor meer informatie, kunt u contact opnemen met Erwin Noordover en Rieneke Jager.

Menu