Raad van State zet terecht rem op bestuurlijke overdaad Besluit regie volkshuisvesting

De Raad van State uit stevige kritiek op de voorgestelde maatregelen om woningbouwprocedures te versnellen. Arjen Praat en Anne-Marie Klijn bespreken in deze bijdrage de belangrijkste aandachtspunten uit het advies en waar volgens hen de kansen liggen voor daadwerkelijke versnelling van de woningbouw.

Versnelling is nodig, maar het systeem moet uitvoerbaar blijven

In het Tijdschrift voor Omgevingsrecht TO 2025 | nr. 3 hebben wij betoogd dat versnelling van woningbouw nodig is, maar dat beroep in één instantie vanaf één woning het doel voorbijschiet. Wij schreven toen dat het wetsvoorstel zich daarmee nog verder loszingt van het doel waarvoor het dient, namelijk versnelling van het maatschappelijke belang van de woningbouwopgave, en dat het zeker vastloopt bij de Afdeling bestuursrechtspraak als elke separate woning versneld moet worden behandeld.

Het advies van de Afdeling advisering over het ontwerpbesluit sluit op onderdelen aan bij die analyse. VastgoedJournaal berichtte op 27 oktober 2026 over het advies; wij zetten hier de drie voorstellen uit ons artikel naast het advies:

> beperking van de versnellingsregeling tot nieuwbouw van twaalf woningen of meer,

> aanwijzing van de BOPA zonder bouwactiviteit, en

> versnelling in de planvormingsfase.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 21 oktober 2026 advies uitgebracht over het Besluit versterking regie volkshuisvesting. Dat besluit is geen technische voetnoot bij de Wet versterking regie volkshuisvesting, maar werkt juist een aantal belangrijke keuzes uit. Het gaat onder meer om betaalbaarheidseisen, regionale verdeling, de rol van provincies en gemeenten en procedurele versnelling bij woningbouwprojecten.

De kern van het advies is opvallend nuchter. De Afdeling advisering erkent het belang van het verkleinen van het woningtekort en de ambitie om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen, maar waarschuwt dat de gekozen uitwerking het doel juist kan tegenwerken. Die waarschuwing raakt op onderdelen aan de lijn die wij in TO 2025 | nr. 3 hebben geschetst: versnelling is nodig, maar het systeem moet uitvoerbaar blijven.

Gevolg voor de praktijk: versneld beroep vanaf één woning

Een belangrijk punt in het advies betreft de versnelling van beroepsprocedures. Het ontwerpbesluit wijst woningbouwprojecten van ten minste één woning aan als maatschappelijk zwaarwegend, zodat beroep in één instantie bij de Afdeling bestuursrechtspraak mogelijk wordt. De Raad van State heeft begrip voor de wens tot versnelling, maar waarschuwt dat de sleutel niet alleen in de rechterlijke procedure ligt. Ook planvorming en vroegtijdige afstemming met betrokken partijen, inclusief omwonenden, zijn belangrijk.

Dat sluit rechtstreeks aan bij onze analyse in Tijdschrift Omgevingsrecht. Wij hebben betoogd dat versnelling van procedures noodzakelijk kan zijn, maar dat het verplicht aanwijzen van woningbouwprojecten vanaf één woning het doel voorbijschiet. In onze woorden: als al die kleinere zaken óók in eerste en enige instantie bij de Afdeling bestuursrechtspraak terechtkomen, gaat uiteindelijk niets snel meer. Projecten onder de twaalf woningen zullen, zo schreven wij, vaker als particulier initiatief kwalificeren; als de Afdeling bestuursrechtspraak ook al die zaken moet behandelen, delven de grotere woningbouwprojecten het onderspit. Een grens van twaalf woningen is ook arbitrair, maar daarmee is ervaring opgedaan onder de Crisis- en herstelwet en de Afdeling bestuursrechtspraak gebruikt die grens zelf voor haar voorrangsregeling.

Ons advies om de BOPA zonder bouwactiviteit op te nemen in overgenomen

Ons voorstel was om de versnellingsregeling te beperken tot nieuwbouw van twaalf woningen of meer en om daarbij juist de BOPA zonder bouwactiviteit (dus alleen de afwijking van het omgevingsplan kan) te betrekken. Dat laatste is voor de praktijk essentieel: als de ruimtelijke component onherroepelijk is, kan financiering gemakkelijker worden gerealiseerd en worden projecten aantrekkelijker voor investeerders. In TO 2025 | nr. 3 noemden wij het ontbreken van de BOPA zonder bouwactiviteit in het ontwerpbesluit al een essentiële omissie: in de praktijk bestaat aan die aanwijzing de meeste behoefte, en voordat de ruimtelijke component onherroepelijk is, is het risicovol te investeren in concrete bouwtekeningen en berekeningen. Gelukkig is naar ons advies geluisterd en is ook de BOPA zonder bouwactiviteit opgenomen als versnellingsbesluit (zie art. 10.26f lid 1 sub b onder 1 en onder b van het besluit).

Richt op de planvormingsfase

Tot slot: echte versnelling begint vaak vóór de procedure — in duidelijke planvorming, parallelle besluitvorming en snelle afstemming tussen overheid, initiatiefnemer en omgeving. Het voorkomen van allerlei onnodige planproducten of bijvoorbeeld het mee-ontwerpen door de gemeente van het project middels de privaatrechtelijke eis tot toetsing van SO, VO en DO terwijl tegelijk wordt gezegd dat dat niet maakt dat er een publiekrechtelijke toestemming komt (lees: vergunning) zou eens moeten ophouden. Zeker wanneer de gemeente vervolgens zegt ook nog eens geen capaciteit te hebben om het woningbouwproject mogelijk te kunnen maken. Al in TO 2025 | nr. 3 wezen wij op de gemeentelijke civielrechtelijke toetsing van het SO, VO en DO, naast intentieovereenkomsten, samenwerkingsovereenkomsten en anterieure overeenkomsten, terwijl de betrokken diensten kampen met beperkte capaciteit en het nog vaak een lineair proces is en geen parallel proces. Ook schreven wij daar dat een werkelijke versnelling kan worden behaald als de Afdeling bestuursrechtspraak juist ontlast wordt. De Omgevingswet is gestart vanuit het adagium “meer vertrouwen in de burger”, laten we daar eens daadwerkelijk mee beginnen.

Onze conclusie: versnel waar het telt, trek je terug waar het knelt

Het advies van de Raad van State bevestigt in belangrijke mate de zorgen die wij eerder hebben benoemd. De woningbouwopgave vraagt om meer snelheid, meer voorspelbaarheid en meer regie. Maar die regie moet niet ontaarden in een fijnmazig systeem dat zoveel overleg vergt dat daar al een onaanvaardbare vertraging door ontstaat. Wij denken verder dat versnelling van projecten alleen moet gelden voor woningbouw die minimaal enigszins bijdraagt aan de woningbouwopgave (ons voorstel: nieuwbouw van twaalf woningen of meer). De Raad van State adviseert het ontwerpbesluit niet te nemen tenzij het wordt aangepast. Dat lijkt ons een goed advies dat opgevolgd moet worden. Het ministerie mag ons bellen!

Menu