Vergunningverlening onder de Omgevingswet; hoe zit het met de termijnen?

Pieter van der Woerd en Pim Oremans van NewGround Law bespreken de vergunningverlening onder de Omgevingswet en hoe het zit met de termijnen en tenslotte belichten ze een klein ‘voordeeltje’.

Deze blog werd gepubliceerd op Vastgoedjournaal |  Leestijd: 6 minuten

De Omgevingswet vervangt alle bestaande wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving (o.a. ruimtelijke ordening, milieu en natuurbescherming). Onder het motto “eenvoudig beter” zullen 40 wetten en 120 AMvB’s worden gebundeld in één wet en vier AMvB’s. Dat zou het omgevingsrecht inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker in het gebruik maken en zorgen voor een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, meer flexibiliteit en afwegingsruimte voor lokale overheden en snellere besluitvorming. Na enkele keren uitstel wordt thans gekoerst op inwerkingtreding per 1 januari 2023. Om u goed voor te bereiden op de inwerkingtreding, belichten de experts van NEWGROUND LAW op deze plek wekelijks een aspect ten aanzien van de Omgevingswet.

Evenals dat nu het geval is, kent ook de Omgevingswet twee voorbereidingsprocedures voor de verlening (of afwijzing) van een omgevingsvergunning. De reguliere procedure uit paragraaf 3.2 van de Wabo en titel 4.1 van de Awb enerzijds en de uitgebreide procedure uit paragraaf 3.3 van de Wabo en afdeling 3.4 van de Awb. Uitgangspunt van de Omgevingswet is voorbereiding met de reguliere procedure.

Reguliere procedure
In de reguliere procedure moet het bestuursorgaan binnen acht weken beslissen (artikel 3.9 lid 1 Wabo en artikel 16.64 lid 1 Ow), maar kan het de beslistermijn eenmalig verlengen met maximaal zes weken (artikel 3.9 lid 2 Wabo en artikel 16.64 lid 2 Ow). Tot zover niets nieuws. Op dit uitgangspunt geldt onder de Omgevingswet echter een belangrijke uitzondering. Als de betrokkenheid van een ander bestuursorgaan nodig is, geldt in plaats van 8+6 weken een termijn van 12+6 weken. Deze verlengde beslistermijn is vooral van belang wanneer in het kader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit bindend advies moet worden gevraagd aan de gemeenteraad (opvolger van de huidige verklaring van geen bedenkingen).

Uitgebreide procedure
Voor een (in theorie) beperkt aantal gevallen is de uitgebreide procedure voorgeschreven, waarbij eerst een ontwerpbesluit ter inzage moet worden gelegd waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend. De procedure duurt 26 weken en na het besluit kan direct beroep worden ingesteld (geen bezwaar mogelijk). De uitgebreide procedure is onder de Omgevingswet slechts van toepassing in een aantal gevallen (artikel 16.65 Ow). De belangrijkste zijn:

  • Als de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op bepaalde aangewezen activiteiten (het gaat daarbij om alle complexe en controversiële of milieugevaarlijke zaken);
  • Op verzoek of met instemming aanvrager;
  • Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: (a) als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en (b) waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

Door rechtspraak van het Europese Hof van Justitie is aan deze lijst inmiddels toegevoegd dat, vanwege het Verdrag van Arhus, vergunningverlening voor activiteiten met mogelijke aanzienlijke effecten op het milieu met toepassing van de uitgebreide procedure moeten worden voorbereid. Van een echte ‘uitzondering’ op de hoofdregel dat alle besluiten omtrent vergunningverlening worden voorbereid met de reguliere procedure is op deze manier natuurlijk niet echt sprake meer.

Inwerkingtreding
Is een vergunning verleend, dan is vervolgens van belang om te weten wanneer deze kan worden gebruikt. Daarvoor is het moment van inwerkingtreding van belang. Wanneer het bestuursorgaan bij toepassing van de reguliere procedure binnen de beslistermijn beslist en een omgevingsvergunning verleent, treedt een omgevingsvergunning in de regel de dag na bekendmaking in werking (artikel 6.1 lid 1 Wabo en artikel 16.79 lid 1 Ow). Waar onder huidig recht een met toepassing van de uitgebreide procedure voorbereide omgevingsvergunning pas in werking treedt na afloop van de beroepstermijn, treedt een dergelijk besluit onder de Omgevingswet al in werking de dag nadat het besluit ter inzage is gelegd (artikel 16.79 lid 1 Ow). Ook op deze hoofdregel heeft de wetgever diverse uitzonderingen geformuleerd. Het bevoegd gezag kan namelijk bepalen dat de omgevingsvergunning pas na vier weken in werking treedt als het bevoegd gezag kort gezegd van oordeel is dat het verrichten van de activiteit die de omgevingsvergunning mogelijk maakt binnen die vier weken kan leiden tot onomkeerbare gevolgen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen van activiteiten worden aangewezen, waarin het bevoegd gezag verplicht deze vier weken moet hanteren. Voor zover ons bekend is dat nog niet gebeurd.

Net zoals nu ook het geval is, heeft het instellen van beroep tegen een omgevingsvergunning niet tot gevolg dat de inwerkingtreding wordt geschorst. Is sprake van een vergunning waarbij is bepaald dat deze pas na vier weken in werking treedt en wordt binnen die vier weken naast een beroep ook een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, dan heeft dat verzoek wel direct schorsende werking en treedt de omgevingsvergunning niet in werking voordat op het verzoek is beslist. Wel is het zo dat belanghebbenden die door de opschorting rechtstreeks in hun belang worden getroffen, de voorzieningenrechter kunnen verzoeken de opschorting op te heffen of te wijzigen.

Volledigheidshalve merken wij op dat ook een omgevingsplan in werking treedt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. Eventueel kan in het omgevingsplan een later tijdstip worden bepaald (artikel 16.78 lid 1 Ow).

Lex silencio positivo
Specifieke aandacht verdient de vergunningverlening van rechtswege. Naar huidig recht wordt, wanneer het bestuursorgaan in de reguliere procedure niet tijdig beslist en evenmin tijdig de beslistermijn heeft opgeschort, de omgevingsvergunning geacht van rechtswege te zijn verleend (Lex silencio positivo). Hoewel een van rechtswege verleende vergunning pas in werking treedt na afloop van de bezwaartermijn (dan wel, indien bezwaar is gemaakt, nadat op het bezwaar is beslist), voorkomt het dat een burger met lege handen komt te staan tegenover een treuzelend bestuursorgaan.

Onder de Omgevingswet komt de figuur van de van rechtswege verleende omgevingsvergunning te vervallen. Als reden hiervoor wordt gegeven dat de lex silencio positivo niet goed zou passen bij de ruimere afwegingsruimte die bestuursorganen onder de Omgevingswet hebben. Daarnaast zou de bredere reikwijdte van de Omgevingswet, namelijk de gehele fysieke leefomgeving, en de in dat kader bij een besluit tot vergunningverlening te betrekken belangen zich ertegen verzetten. Hoet het ook zij, onzes inziens komt het afschaffen veel bestuursorganen ook goed uit. Door toenemende personeelstekorten wordt het een enorme uitdaging tijdig vergunningen te verlenen. De aanvrager staat echter niet helemaal met lege handen. De dwangsommenregeling bij niet tijdig beslissen en de mogelijkheid van rechtsreeks beroep blijven bestaan. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning en dus de inwerkingtreding ervan is echter altijd een besluit van het bestuursorgaan vereist.

In dit kader is van belang dat er voor wat betreft de lex silencio positivo niet is voorzien in overgangsrecht. Een onder huidig recht met toepassing van de reguliere procedure aangevraagde vergunning waarvan de beslistermijn op moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet is verstreken, kan niet meer via de lex silencio positivo worden verkregen. Wil je dus nog gebruik maken van dit ‘voordeeltje’, zorg dan voor tijdige indiening: minimaal 8 maar liefst 14 weken voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Menu