Q&A Omgevingswet XIV: De Aanvullingswet geluid; een nieuwe S(ch)wung aan geluidbeleid?

Iedere week zullen op VJ de juridische experts van NewGround Law een facet behandelen van de Omgevingswet. Pieter van der Woerd en Pim Oremans gaan in hun nieuwste column in op de Aanvullingswet geluid.

De Omgevingswet vervangt alle bestaande wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving (o.a. ruimtelijke ordening, milieu en natuurbescherming). Onder het motto “eenvoudig beter” zullen 40 wetten en 120 AMvB’s worden gebundeld in één wet en vier AMvB’s. Dat zou het omgevingsrecht inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker in het gebruik maken; een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, meer flexibiliteit en afwegingsruimte voor lokale overheden en snellere besluitvorming. Hoewel op 1 april 2021 duidelijk is geworden dat de geplande inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021 niet doorgaat en tot nader te bepalen moment wordt uitgesteld, heeft de minister benadrukt dat niet gaat over de vraag of het stelsel van de Omgevingswet in werking treedt, maar slechts wanneer.

Om u goed voor te bereiden op de inwerkingtreden, zullen wij op deze plek daarom wekelijks een vraag beantwoorden ten aanzien van de Omgevingswet. De vraag van deze week luidt: wat verandert er met de Aanvullingswet geluid?

In ons blog van 19 maart 2020 introduceerden we de diverse aanvullingswetten die in de Omgevingswet komen. In ons vorige blog bespraken we de Aanvullingswet grondeigendom. Deze week wisselen we naar een ander aanvullingsspoor: de Aanvullingswet geluid.

Hoe zit het nu?

Als gevolg van de vele aanpassingen en aanvullingen in de loop der tijd is de geluidswet- en regelgeving geworden tot een erg ingewikkeld stelsel met tientallen verschillende normen voor evenzoveel verschillende situaties. Onder de naam SWUNG (Samen werken aan de uitvoering van nieuw geluidbeleid) is de geluidregelgeving fasegewijs herzien.

Op dit moment kijken we voor de vergunningen en eisen omtrent geluid voornamelijk naar de Wet geluidhinder (Wgh) en afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit, waarin voor bijna alle activiteiten geluidsvoorschriften zijn opgenomen. Deze wet- en regelgeving dient ter bescherming van geluidsgevoelige functies (zoals woningen) tegen geluidhinder van wegverkeer, spoorwegen en industrie door middel van zonering en het stellen maximale en voorkeursgeluidswaarden. Tegelijkertijd biedt het voor functies die geluid veroorzaken zekerheid over wat wel en niet is toegestaan, en stelt het dus beperkingen aan de bouwmogelijkheden van geluidsgevoelige functies.

Verder zijn op dit moment op grond van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer (Wm) voor rijkswegen en hoofdspoorwegen geluidproductieplafonds vastgesteld, uitgedrukt in Lden; een Europese maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai over een hele dag uit te drukken. Ter bescherming van de omgeving mag een rijksweg of hoofdspoorweg niet meer geluid produceren dan het vastgestelde plafond.

Op verschillende plekken in de huidige geluidwetgeving is voorzien in de mogelijkheid om waar dat nodig of wenselijk is af te wijken van de norm (bijvoorbeeld met dove gevels of het vaststellen van hogere grenswaarden) maar veel van deze afwijkingen staan versnipperd door de wet heen.

Tenslotte moet het aspect geluid, los van de wettelijke kaders, worden betrokken bij ruimtelijke plannen vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening.

Wat verandert er met de Aanvullingswet geluid en de Omgevingswet?

Waar nu de regels omtrent geluid zijn geregeld in verschillende wetten en achterliggende AMvB’s, is er straks alleen nog de Omgevingswet met de vier achterliggende AMvB’s. De regels omtrent geluid worden (sterk) vereenvoudigd en zullen met name worden toegevoegd aan het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De Omgevingswet zelf biedt vooral een ‘kapstok’.

Ook de uitzonderingssituaties worden geüniformeerd zodat ze duidelijk en makkelijker vindbaar zijn. Zo wordt het eenduidiger aan welke eisen moet worden voldaan als bijvoorbeeld woningen worden gebouwd in de buurt van spoor of snelweg, en gaat ook een uniforme uitzonderingsmogelijkheid gelden. Zo weet zowel het bevoegd gezag als een ontwikkelaar waar ze aan toe zijn, zonder tientallen normen af te hoeven struinen. In zoverre lijkt er dus zeker sprake van ‘eenvoudig beter’.

De systematiek van geluidproductieplafonds voor rijkswegen en hoofdspoorwegen wordt met de Aanvullingswet geluid voortgezet, en gaat ook gelden voor provinciale wegen en industrieterreinen. De naleving van de geluidproductieplafonds moet – net als dat geldt voor vastgestelde omgevingswaarden – worden gemonitord, en waar nodig worden maatregelen getroffen om aan de plafonds te blijven voldoen. Gemeentelijke wegen krijgen een eigen systematiek met basisgeluidemissies, maar ook daarvoor geldt een monitoringsverplichting.

Ook worden meer mogelijkheden gecreëerd om woningontwikkeling te laten plaatsvinden in geluidsgevoelige gebieden. Denk bijvoorbeeld aan vervangende nieuwbouw: als er woningen van slechte kwaliteit op een geluidsgevoelige locatie staan, is het altijd beter om daar nieuwbouw te creëren die beter is geïsoleerd dan om de slechte panden te laten staan; ondanks dat er dan nog steeds een hoog geluidsniveau is. Een ander voorbeeld is de transformatie van kantoren en andere leegstaande gebouwen: daarvoor zullen soepelere normen gaan gelden omdat de locatie dan eenmaal niet meer kan worden aangepast om voorzieningen te treffen voor geluid.

Wat verder niet onbenoemd mag blijven is dat alle regels uit de Omgevingswet worden gesteld met het oog op de bescherming van onder meer de gezondheid (zie artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet). Zo bezien wordt er dus een directe link gelegd tussen regulering van geluid en bescherming van de gezondheid. Dat betekent dat gezondheid een prominentere rol zal (moeten) krijgen bij besluitvorming omtrent geluid. Afwijken van gestelde normen zal ook vanuit dit perspectief zorgvuldig moeten worden gemotiveerd. Wij verwachten dat de huidige ontwikkeling in de rechtspraak waarbij steeds vaker wordt verwezen naar wetenschappelijke rapporten en adviezen van bijvoorbeeld het RIVM of de WHO, onder de Omgevingswet dan ook zeker zal doorzetten.

Al met al zorgt de Aanvullingswet geluid volgens ons voor een overzichtelijker en vooruitstrevender wettelijk kader omtrent geluidsbelasting in de leefomgeving. Daarmee wordt het stelsel van omgevingsrecht niet alleen eenvoudiger, maar ook beter.

Volgende week gaan we nader in op de Aanvullingswet bodem.

Deze blog is eerder verschenen in Vastgoedjournaal.

Menu