Naar een klimaatneutrale industrie met de Verordening voor een nettonulindustrie: Europa leider in Cleantech?

Erwin Noordover en Chanym Alekperova bespreken de belangrijkste aspecten van de Europese verordening voor een nettonulindustrie, die op 27 mei 2024 is aangenomen.

Dit blog werd gepubliceerd op Vastgoedjournaal | Leestijd: 5 minuten

De Europese Verordening voor een nettonulindustrie is onderdeel van het Green Deal-plan voor de industrie, dat op 1 februari 2023 werd gepresenteerd. Het plan is gericht is op het versnellen van de transitie naar klimaatneutraliteit en het versterken van de concurrentiepositie van de klimaatneutrale industrie van de Europese Unie (EU). Deze inspanningen zijn essentieel om de klimaatdoelstellingen van de EU te bereiken. Met de Verordening moet de productie van schone technologieën worden gestimuleerd. Schone technologie (Cleantech) is een verzamelnaam voor vormen van technologie die bijdragen aan een schoner milieu en/of zorgen voor energiebesparing. Vormen van cleantech zijn onder andere zonne- en windenergie. Deze technologieën zullen aantrekkelijker worden gemaakt om de concurrentiepositie van de EU op dit gebied te versterken. Door te investeren in deze technologieën, streeft de EU ernaar om haar afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers te verminderen en een leidende positie in de mondiale groene economie te verwerven.

Doelstelling en maatregelen verordening

De Verordening heeft als doel om tegen 2030 ten minste 40% van de jaarlijkse behoeften voor de uitrol van in de EU geproduceerde nettonultechnologieën te voldoen. Hiermee moet de EU leider worden in de sector schone technologie. Daarnaast moet de CO2-opslagcapaciteit met minstens 50 miljoen ton stijgen. De Verordening bevat hiervoor regels die de voorwaarden voor investeringen in schone technologieën versoepelen door onder meer:

  • strategische projecten te ondersteunen die bijdragen aan decarbonisatie;
  • de vergunningsprocedures te vereenvoudigen en versnellen;
  • de markttoegang te vergemakkelijken voor nettonultechnologieproducten;
  • regels voor overheidsstimulansen vast te leggen;
  • nettonulversnellingsvalleien aan te wijzen.

Lijst van (strategische) nettonultechnologieën

 Het is op basis van de verordening mogelijk om bepaalde specifieke projecten voor de productie van nettonultechnologie te erkennen als strategische nettonulprojecten. De lijst van nettonultechnologieën bevat de technologieën die essentieel zijn voor de decarbonisatiedoelstellingen van de EU en de verbetering van de werking van de interne markt. Deze projecten bieden extra voordelen, met name wat betreft het afbouwen van de afhankelijkheden van de EU of het verwezenlijken van de doelstellingen van de energie-unie en de klimaatdoelstellingen. Vanwege dergelijke extra voordelen, moet voor deze projecten een kader gelden waarin ze sneller kunnen worden uitgevoerd, met name door middel van een prioritaire status en (nog) kortere termijnen in het vergunningverleningsproces. Initiatiefnemers die de status van strategisch nettonulproject wensen te krijgen, moeten die status bij de betrokken lidstaat formeel aanvragen overeenkomstig de in de verordening vastgelegde aanvraag- en erkenningscriteria. De drie hoofdcriteria zijn i) rijpe nettonultechnologieën, ii) draagt bij tot decarbonisatie en het concurentievermogen en iii) risico voor voorzieningszekerheid. De Europese Commissie zal een openbaar register van strategische nettonulprojecten opstellen en onderhouden.

 Vereenvoudigen en versnellen vergunningprocedures

 Om de vergunningsprocedure eenvoudiger, efficiënter en transparanter te maken, moeten initiatiefnemers voor de productie van nettonultechnologie, met inbegrip van strategische projecten, terecht kunnen bij een centraal contactpunt dat belast is met het faciliteren en coördineren van het gehele vergunningverleningsproces. Daartoe moeten de lidstaten een of meer centrale contactpunten oprichten of aanwijzen en er tegelijkertijd voor zorgen dat initiatiefnemers slechts met één enkel contactpunt in contact hoeven te treden. Aan deze verplichting dient binnen zes maanden na inwerkingtreding van de verordening te worden voldaan. Het is verder aan de lidstaten om te bepalen of een centraal contactpunt ook een instantie is die de vergunning zal verlenen.

De onvoorspelbaarheid en complexiteit van nationale vergunningsprocedures ondermijnen momenteel de plannings- en investeringszekerheid voor de ontwikkeling van nettonultechnologieprojecten in de EU. Een vergunningsprocedure duurt gemiddeld twee tot zeven jaar. De verordening verplicht daarom tot vaststelling van kortere, bindende termijnen voor de vergunningsprocedures.

Voor strategische nettonulprojecten mag de duur van het vergunningverleningsproces niet langer zijn dan:

  • 12 maanden voor installaties met een jaarlijkse productieoutput van minstens 1 GW;
  • 9 maanden voor installaties met een jaarlijkse productieoutput van minder dan 1 GW; of
  • 18 maanden voor alle vergunningen die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van een strategische CO2-opslaglocatie en de uitvoering van gerelateerde projecten voor CO2-afvang en – transport.

Voor projecten voor de productie van nettonultechnologie mag de duur van het vergunningverleningsproces niet langer zijn dan:

  • 18 maanden voor installaties met een jaarlijkse productieoutput van minstens 1 GW;
  • 12 maanden voor installaties met een jaarlijkse productieoutput van minder dan 1 GW.

Voor nettonultechnologieën waarvoor het aantal GW niet relevant is, zoals netwerken en technologieën voor koolstofafvang en -opslag (carbon capture and storage – CCS) of CO2-transport en gebruikstechnologieën, zijj de bovengrenzen van deze termijnen van toepassing.

Nettonulversnellingsvalleien

 De verordening introduceert nettonulversnellingsvalleien, dit zijn aangewezen gebieden waar clusters van industriële nettonulactiviteiten worden bevorderd. Deze clusters trekken investeringen aan en faciliteren de administratieve procedures via centrale aanspreekpunten. Deze nettonulversnellingsvalleien moeten de EU aantrekkelijker maken als vestigingsplaats voor productieactiviteiten en de herindustrialisering van regio’s bevorderen. Investeringen in deze valleien kunnen bovendien profiteren van maximale medefinancieringspercentages uit EU-fondsen. Bij het bepalen van het toepassingsgebied moeten de lidstaten rekening houden met het belang van multifunctioneel gebruik van de in kaart gebrachte regio’s. Er moet worden gestreefd naar uitbreiding, herindustrialisering of oprichting van industriële clusters voor nettonultechnologieën binnen de EU. Voorts moet aandacht worden besteed aan de beschikbaarheid van relevante vervoers- en netwerkinfrastructuur, opslagfaciliteiten en andere flexibiliteitsinstrumenten.

Aanmerken als van algemeen belang

Strategische nettonulprojecten en de projecten in valleien dienen op basis van de verordening te worden aangemerkt als van algemeen belang. Ook worden zijn beschouwd als projecten van hoger openbaar belang en in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid. Hiermee kan op basis van een beoordeling vooraf door de bevoegde vergunningverlenende instantie worden geconcludeerd dat het algemeen belang dat met de strategische projecten of de projecten in een vallei wordt gediend, zwaarder weegt dan de algemene belangen in verband met natuur- en milieubescherming. Al mag er geen sprake zijn van grote nadelige gevolgen voor het milieu die niet kunnen worden beperkt of gecompenseerd.

Voorbeelden van (strategische) nettonultechnologieën

De nettonultechnologieën die binnen het toepassingsgebied van de verordening vallen, zijn onder meer:

  • zonne-energietechnologieën, met inbegrip van fotovoltaïsche, thermo-elektrische en thermische zonne-energietechnologieën;
  • technologieën voor hernieuwbare windenergie op land of op zee;
  • batterij- en energieopslagtechnologieën;
  • warmtepompen en technologieën voor geothermische energie;
  • waterstoftechnologieën, met inbegrip van elektrolyse-installaties en brandstofcellen.

De volgende projecten zijn voorbeelden van strategische nettonultechnologieën:

  • Fotovoltaïsche en thermische zonne-energie;
  • Onshorewindenergie en hernieuwbare offshore-energie;
  • Batterijen;
  • Warmtepompen;
  • Hernieuwbare waterstof;
  • Biomethaan en biogas;
  • CO2-afvang en -opslag;
  • Nettechnologieën.

Conclusie en betekenis voor Nederland

De Verordening is een krachtige stap in de richting van een duurzame en concurrerende Europese economie. Door het vergunningsproces te versnellen, de markttoegang te verbeteren, coördinatie te bevorderen en innovatie te ondersteunen, zet de EU een solide basis neer voor de groene transitie. De Verordening gaat rechtstreeks doorwerken in de Nederlandse praktijk zodat vergunningverlening voor nettonulprojecten in principe baat moeten hebben van bijvoorbeeld de gegeven termijnen voor vergunningverlening. Daarbij geldt wel de kanttekening dat de wettelijke termijnen die nu gelden in Nederland, bijvoorbeeld zes maanden bij verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (“BOPA”) via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Afdeling 3.4 Awb), in principe korter zijn dan de termijnen die de Verordening voorschrijft. Of er dus voor Nederland veel gaat veranderen als gevolg van de Verordening moet nog blijken.

Het aanmerken als van algemeen belang heeft als gevolg dat bij de belangenafweging mogelijk eerder een doorslaggevend gewicht wordt toegekend aan nettonulprojecten, met name in verhouding tot de algemene belangen in verband met de natuur- en milieubescherming.

Na ondertekening door de voorzitter van het Parlement en de voorzitter van de Raad wordt de verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De verordening treedt de dag na die publicatie in werking. Dit zal naar verwachting eind juni zijn.


Menu