Luchtkwaliteit onder de Omgevingswet

Onder de aanstaande Omgevingswet zal de luchtkwaliteit zo veel mogelijk lokaal gereguleerd gaan worden. Victoria Rakovitch en Maria Bouwman van NewGround Law bespreken de nieuwe regelgeving en de beoogde uitvoering.

Deze blog werd gepubliceerd op Vastgoedjournaal |  Leestijd: 4 minuten

De Omgevingswet vervangt alle bestaande wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving (o.a. ruimtelijke ordening, milieu en natuurbescherming). Onder het motto “eenvoudig beter” zullen 40 wetten en 120 AMvB’s worden gebundeld in één wet en vier AMvB’s. Dat zou het omgevingsrecht inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker in het gebruik maken en zorgen voor een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, meer flexibiliteit en afwegingsruimte voor lokale overheden en snellere besluitvorming. Na enkele keren uitstel wordt thans gekoerst op inwerkingtreding per 1 januari 2023. Om u goed voor te bereiden op de inwerkingtreding, belichten de experts van NEWGROUND LAW op deze plek wekelijks een aspect ten aanzien van de Omgevingswet.

Op 5 mei 2022 adviseerde advocaat-generaal Kokott het Europese Hof van Justitie in een zaak waarin een Parijzenaar een schadevergoeding eist van de Franse staat, omdat hij gezondheidsschade zou lijden door luchtvervuiling. Hoewel het Hof nog uitspraak moet doen, leidt de conclusie tot zorgen bij de EU-lidstaten. Als het Hof Kokott volgt, kan een overschrijding van de Unierechtelijk vastgestelde grenswaarden ter bescherming van de luchtkwaliteit voortaan leiden tot een recht op schadevergoeding.

Deze hernieuwde aandacht voor luchtkwaliteit grijpen wij aan om stil te staan bij lucht(omgevingswaarden) in de Omgevingswet.

Decentralisatie & strengere en aanvullende omgevingswaarden
Zoals voor vele aspecten geldt, wordt ook de luchtkwaliteit onder de Omgevingswet bij voorkeur zo veel mogelijk lokaal gereguleerd. Dit strookt met een van de belangrijkste principes van de wet, het bieden van maatwerk.

Onder de Omgevingswet ligt de nadruk op verbetering van de luchtkwaliteit via lokale maatregelen. Het uitgangspunt is en blijft de rijksomgevingswaarde, die overeenkomt met de EU-grenswaarden. Provincie en gemeente kunnen op hun beurt lokale omgevingswaarden voor de buitenlucht opnemen die (i) strenger zijn dan de rijksomgevingswaarde, of (ii) aanvullend hierop zijn. De provincie legt deze omgevingswaarden vast in de omgevingsverordening, de gemeente in het omgevingsplan.

Omdat provincie en gemeente zelf de lokale omgevingswaarden monitoren, kunnen zij tijdig actie ondernemen. Bij een (dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde moet het verantwoordelijke bestuursorgaan een programma opstellen of een bestaand programma aanpassen, gericht op het voldoen aan die omgevingswaarde. In het gros van de gevallen is de gemeente, als verantwoordelijk bestuursorgaan, aan zet (artikel 3.10 lid 1 Omgevingswet). In slechts een aantal uitzonderlijke gevallen stelt gedeputeerde staten of de minister het programma op (artikel 4.1 onder a Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Het vastgestelde programma wordt ook gemonitord.

Drie varianten van een strengere omgevingswaarde zijn:

  1. Een scherpere norm voor bijvoorbeeld fijnstof;
  2. Een resultaatsverplichting voor een rijksomgevingswaarde waarvoor in het Bkl een inspanningsverplichting geldt;
  3. Voor de lokale omgevingswaarde geldt dezelfde getalswaarde op locaties waar de rijksomgevingswaarde niet geldt.

Voor de monitoring van de strengere omgevingswaarde gelden dezelfde meet- en rekenregels als voor de rijksomgevingswaarde.

Met een aanvullende omgevingswaarde krijgen gemeenten en provincies extra ruimte om vorm te geven aan lokaal of regionaal beleid voor een gezonde leefomgeving. Een voorbeeld van een aanvullende omgevingswaarde is bijvoorbeeld een omgevingswaarde voor roet, omdat hiervoor in het Bkl geen omgevingswaarde is opgenomen. Voor de aanvullende omgevingswaarde gelden geen monitoringsregels vanuit de Omgevingsregeling. De provincie en gemeente zijn vrij om zelf te bepalen hoe ze gaan monitoren.

Conclusie
Uit het voorgaande kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • Uitgangspunt blijven de EU-grenswaarden, die door het rijk worden overgenomen als rijksomgevingswaarde;
  • Lokale aanscherpingen op de rijksomgevingswaarde zijn mogelijk door het opstellen van strengere of aanvullende omgevingswaarden, en deze op te nemen in de omgevingsverordening of het omgevingsplan;
  • Gemeenten zijn verplicht een programma op te stellen bij (dreigende) overschrijding van de omgevingswaarde;

Dit leidt tot voor- en nadelen voor de vastgoedwereld. Een voordeel dat wij voorzien is maatwerk: contact met lokale overheden loopt over het algemeen soepeler, waardoor maatwerk in je voordeel kan werken. Een nadeel dat wij voorzien is dat er gemeentelijke en provinciale verschillen kunnen ontstaan, wat invloed kan hebben op de aantrekkelijkheid van bepaalde gebieden en/of steden voor ondernemers.

Menu