In deze blog bespreken Arjen Praat en Jet van Noort een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘Afdeling‘) over het bestemmingsplan ‘Plesmanlaan 100’ in Leiden (ECLI:NL:RVS:2026:3171). In deze uitspraak oordeelt de Afdeling over de vraag of een parkeernorm van 0 voor bewoners kan worden gesteld bij woningbouw.
Waar ging het om?
Het plan voorziet in een binnenstedelijke ontwikkeling in Leiden met 420 huurappartementen en ondersteunende voorzieningen in de plint van het gebouw. De bewonersbelangenvereniging van de aan het plangebied grenzende woonwijk Bockhorst vreesde parkeerhinder. De gemeente had namelijk de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners op nul parkeerplaatsen gesteld. Daarvoor maakte zij gebruik van de afwijkingsregeling uit de Beleidsregels parkeernormen Leiden 2020. De parkeervraag van bezoekers en van werknemers en bezoekers van de commerciële functies zou worden opgevangen in de bestaande ondergrondse parkeergarage met 168 plaatsen. De bewonersbelangenvereniging betoogde dat onvoldoende is onderbouwd dat geen onevenredige parkeerhinder zal ontstaan.
Vraagsturend parkeerbeleid en het oordeel van de Afdeling
De gemeente hanteert vraagsturend parkeerbeleid. Dat houdt in dat bewust niet geheel wordt voorzien in de parkeerbehoefte die de CROW-kentallen voor een nieuwe ontwikkeling aangeven. De Afdeling formuleert de toets die dan geldt helder: het bestuursorgaan moet zich ervan vergewissen dat de lagere parkeernormering geen onaanvaardbare parkeeroverlast in de directe omgeving tot gevolg heeft. Daarvoor moet worden gemotiveerd welk belang gediend is met het vraagsturend beleid en welke factoren maken dat een goede ruimtelijke ordening (onder de Omgevingswet: evenwichtige toedeling van functies aan locaties) is gegarandeerd, ook als de parkeernorm voor bewoners uitkomt op nul.
De Afdeling oordeelde dat aan die maatstaf wordt voldaan. De Afdeling volgt daarbij de toelichting van de gemeente dat voor de toepassing van het vraagsturend parkeerbeleid is gekozen vanwege de wens om een verschuiving naar meer schone mobiliteit te bereiken. Ook oordeelt de Afdeling dat het standpunt niet onredelijk is dat het plan ondanks de parkeernorm van 0 voor bewoners in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Daarvoor was een aantal elementen doorslaggevend.
Ten eerste beschikt de gemeente over concrete instrumenten om bij te sturen als de parkeerdruk oploopt. Zo kan het parkeertarief op verschillende manieren worden aangepast, bijvoorbeeld door een hoger tarief te hanteren voor langer parkeren waarmee toekomstige bewoners worden ontmoedigd om in de wijk te parkeren. Ook kan betaald parkeren worden uitgebreid naar de nacht. Ter zitting is toegezegd dat eventuele aanvullende maatregelen niet ten koste gaan van de parkeermogelijkheden van de huidige bewoners.
Daarnaast hecht de Afdeling waarde aan de ligging van de te ontwikkelen nieuwbouw, op tien minuten fietsafstand van hoogwaardig openbaar vervoer en de directe aansluiting op hoogwaardige fietsroutes.
Ook wordt de parkeerdruk door de gemeente gemonitord om te controleren of mogelijkerwijs sprake is van onevenredige parkeerdruk. In de toelichting op de beleidsregels is vastgelegd wanneer daarvan sprake is: overdag bij 85% of meer en op overige momenten bij 90% of meer. De laatste meting vóór de uitspraak bedroeg 73,3%, ruim onder die drempelwaarden. Ook zijn er mogelijkheden om te onderzoeken of de parkeerdruk onevenredig wordt in het geval dat de drempelwaarden niet zijn overschreden maar wel klachten bestaan over parkeeroverlast door wijkbewoners.
Als laatste overweegt de Afdeling dat uit de parkeerbalans blijkt dat in de parkeergarage na aftrek van de bezoekers- en commerciële parkeerbehoefte op het piekmoment nog 74 plaatsen resteerden. Dat surplus acht de Afdeling voldoende om in eventuele overige parkeerbehoefte te voorzien. Ook is in de planregels geborgd dat voldoende parkeergelegenheid wordt aangebracht en in stand gehouden voor bezoekers van bewoners en bezoekers en werknemers van de commerciële en maatschappelijke functies die met het plan mogelijk worden gemaakt.
Gelet op de bovenstaande aspecten, oordeelt de Afdeling dat het standpunt kan worden ingenomen dat de huidige bewoners geen onevenredige parkeerhinder zullen ondervinden als gevolg van de keuze om de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners van de appartementen op 0 te stellen.
Tot slot: de praktische les voor de vastgoedpraktijk
De uitspraak laat zien dat een parkeernorm van 0 voor toekomstige bewoners juridisch haalbaar kan zijn, ook als aangrenzende bewoners parkeerhinder vrezen, mits daarbij een stevige motivering wordt gegeven. Doorslaggevend daarbij kan zijn dat de gemeente beschikt over een samenhangend pakket aan maatregelen om te garanderen dat wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening (of de evenwichtige toedeling van functies aan locaties onder de Omgevingswet), zoals sturingsmogelijkheden via tarieven, periodieke monitoring met heldere drempelwaarden en voldoende restcapaciteit op eigen terrein, ondersteund door een locatie die alternatieve mobiliteit daadwerkelijk mogelijk maakt.
De les voor de vastgoedpraktijk hierbij is helder: een parkeernorm van 0 hoeft niet het struikelblok te zijn bij het ontwikkelen van nieuwbouw, zolang daar een goede motivering en borging aan ten grondslag worden gelegd.
Iedere week behandelen de juridische experts van NewGround Law op Vastgoedjournaal een facet van de Omgevingswet, de nieuwe wet- en regelgeving en nieuwe jurisprudentie op het gebied van de fysieke leefomgeving.
